Loading...
Inleiding

Voorwoord

De vaart zit erin. Bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Noord-Nederland ontdekken nieuwe wegen om samen te werken en te innoveren. Het OP EFRO is opgezet om dat te stimuleren.

Lees meer

Voorwoord

De vaart zit erin. Bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Noord-Nederland wagen zich vaker aan nieuwe, kansrijke ideeën en projecten. Dankzij nieuwe combinaties en verbanden gaan nieuwe wegen open. Dat is precies waarvoor het Operationeel Programma (OP) van het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO) is opgezet.

Het OP EFRO wil innovaties stimuleren, met name in het midden- en kleinbedrijf. In Noord-Nederland wordt het programma uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Voor de periode 2014-2020 is zo’n 121 miljoen euro aan subsidie beschikbaar: 103 miljoen vanuit Europa en 18 miljoen vanuit het Rijk.

In de eerste jaren van de programmaperiode bleven de subsidieaanvragen nog achter bij de verwachting, maar in 2017 is de achterstand voor een belangrijk deel ingelopen. Bijna de helft van het budget ligt inmiddels vast. Als het zo doorgaat, ligt het programma in 2018 volledig op schema. Om dat te bevorderen, zet het SNN zich ervoor in om het aanvragen van subsidie steeds makkelijker, aantrekkelijker en klantvriendelijker te maken.

De kracht van het OP EFRO is dat het partijen verbindt en investeringen uitlokt bij het Rijk, provincies en gemeenten, maar vooral ook bij het mkb zelf. Daarbij gaat het zowel om individuele bedrijven als om samenwerkingsverbanden. De gezamenlijke investeringen helpen Noord-Nederland om grote stappen te zetten in de richting van een innovatieve, duurzame economie.

Grafiek voorwoord

Inleiding

Open
Innovatieklimaat

Als bedrijven, kennisinstellingen en gebruikers samenwerken en elkaar inspireren, ontstaat een open innovatieklimaat. De Open Innovatie Call daagt partijen uit om initiatieven te ondernemen.

Lees meer

Open
Innovatieklimaat

EEN OPEN INNOVATIEKLIMAAT BEGINT MET SAMENWERKING

Het OP EFRO wil innovaties stimuleren in het mkb. Voor Noord-Nederland zijn twee prioriteiten vastgesteld: het stimuleren van innovatie en het streven naar een koolstofarme economie. Bedrijven en samenwerkingsverbanden die zich hierop richten, kunnen bij het SNN een beroep doen op subsidie. Die subsidies blijken een belangrijke steun in de rug om projecten te starten. Door samen te werken en elkaar te inspireren, ontstaat een open klimaat waarin kansrijke ideeën opkomen en tot bloei kunnen komen.

NIEUW INSTRUMENT: OPEN INNOVATIE CALL

De meeste instrumenten van het OP EFRO zijn gericht op het verder brengen van innovatietrajecten. In de loop van 2017 heeft het SNN een nieuw subsidie-instrument gelanceerd waarbij de versterking van het innovatieklimaat zélf centraal staat.

De Open Innovatie Call is een open uitnodiging aan kennisinstellingen, bedrijven en eindgebruikers om samen initiatieven te ondernemen die een reeks van innovaties op gang kunnen brengen. Doel is om creatieve ruimten te creëren waar partijen tot nieuwe ideeën en innovatieve oplossingen komen, die bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, voedselzekerheid, energie en water. En dan niet eenmalig, maar structureel en samenhangend

Niet de weg maar de eindbestemming staat in de Open Innovatie Call centraal. Projectvoorstellen worden dus beoordeeld op de bijdrage aan de doelstelling. De manier waarop dat gaat, is aan de initiatiefnemers zelf. Voorstellen kunnen in een vroeg stadium worden voorgelegd aan en besproken met de deskundigencommissie van het SNN. Dit biedt initiatiefnemers de kans de aanvraag te verbeteren, wat de kans op toekenning vergroot.

Inleiding

Twee doelen:
Innovatie & koolstofarm

De twee prioriteiten waar OP EFRO zich in Noord-Nederland op richt, zijn innovatie en een koolstofarme economie.

Lees meer

Twee doelen: innovatie en
een koolstofarme economie

De twee prioriteiten waar OP EFRO zich in Noord-Nederland op richt, zijn innovatie en een koolstofarme economie.

Prioriteit 1: innovatie is de motor van de vooruitgang. Dit vraagt een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van hoogopgeleide medewerkers (human capital), versterking van de kennispositie van het mkb en het stimuleren van innovatie en valorisatie (omzetten van kennis naar marktproducten). Voor dit soort innovaties is vanuit het EFRO bijna 79 miljoen euro beschikbaar.

Prioriteit 2: de omschakeling naar een koolstofarme economie levert voor Noord-Nederland grote kansen op. Voor innovaties die de uitstoot van CO2 omlaag brengen, is vanuit het EFRO bijna 21 miljoen euro beschikbaar.

Grafiek Human Capital

Inleiding

Innovatie
Uitgelicht

Efficiëntere operaties, minder belastend voor de patiënt en met meer kans op succes. Dat is wat technologie-ontwikkelaar Demcon wil bereiken.

Lees meer

INNOVATIE UITGELICHT

Efficiëntere operaties, minder belastend voor de patiënt en met meer kans op succes. Volgens business developer Benno Lansdorp is dat het doel waarvoor technologie-ontwikkelaar Demcon zich inzet. Samen met het Universitair Medisch Centrum Groningen.

“Een van de projecten waarvoor wij subsidie hebben gekregen, is de ontwikkeling van een nieuw instrument om de elektrodes van een pacemaker op de juiste plek aan de buitenkant van het hart te plaatsen. Daar is alleen nog maar een klein gaatje in de borst voor nodig, dus geen openhartoperatie.

Dat maakt deze operatie veel minder tijdrovend en belastend. Dat is fijner voor de patiënt en kost ook minder tijd en dus geld.

Bij dit project werken we nauw samen met chirurgen van het UMCG. Die samenwerking was voor ons één van de redenen om een vestiging in Groningen te beginnen. De ideeën en feedback van de potentiële eindgebruikers helpen ons om betere instrumenten te maken.

Ons doel is om de zorg efficiënter en de behandeling voor de patiënt minder belastend te maken. Daar zien wij als bedrijf innovatiekansen in. Natuurlijk nemen wij risico’s, want je weet nooit zeker of een project slaagt. Maar een subsidie helpt om dit soort projecten eerder aan te durven.”

Benno Lansdorp: ‘Wij maken de zorg efficiënter en de behandeling voor patiënten minder belastend’

Waar staan we nu?

Hoeveel subsidie
is er toegekend?

Het totale aantal aanvragen is in 2017 met bijna 30 procent gestegen tot 90,5 miljoen euro. 42,4 miljoen euro is inmiddels goedgekeurd en beschikt.

Lees meer

Hoeveel subsidie
is er toegekend?

In 2017 is het aantal aanvragen en toekenningen van subsidies binnen het OP EFRO flink gestegen. Daarmee is de trage start in 2015 en 2017 al bijna goedgemaakt. Het totale aantal aanvragen steeg met bijna 30 procent tot ruim 90 miljoen euro. 42,4 miljoen euro is inmiddels goedgekeurd en beschikt.

In 2017 is 33 miljoen euro toegekend aan projecten die bijdragen aan prioriteit 1 Human capital, kennis en innovatie. Daarnaast is 10,7 miljoen goedgekeurd, maar op 31 december 2017 nog niet beschikt. Aan projecten die bijdragen aan prioriteit 2 Koolstofarme economie is 9,4 miljoen euro toegekend. Daarnaast is 0,7 miljoen goedgekeurd, maar nog niet beschikt.

Het OP EFRO bevat twee subsidieregelingen voor relatief kleinschalige projecten voor het mkb:

  • De Versneller Innovatieve Ambities (VIA) stimuleert bedrijven om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen. Er is al meer dan 25 miljoen euro aan VIA-subsidie aangevraagd. De VIA vormt daarmee de motor van het programma.
  • De subsidieregeling voor Kennis en Innovatie (KEI) heeft als doel het kennisniveau van het mkb te verhogen door samenwerking te stimuleren. Eind december was voor bijna 3,8 miljoen euro aan aanvragen ingediend.

Andere instrumenten die in 2017 zijn ingezet, zijn de Tender Valorisatie en de Calls Kennisontwikkeling, Proeftuinen en Human Capital.

Grafiek toegekende subsidie

Waar staan we nu?

Wie betaalt mee
aan de uitvoering?

Het programma wordt van alle kanten gesteund. Het mbk draagt zelf het meest bij. Kijkend naar het aantal deelnemers en de gerealiseerde investeringen ligt het OP EFRO aardig op koers.

Lees meer Bekijk de cijfers

Wie betaalt mee
aan de uitvoering?

Het mkb hecht zelf misschien wel het meeste belang aan de uitvoering van het OP EFRO. Met 89,8 miljoen euro financieren bedrijven de helft van het programma. Het EFRO en het Rijk dragen 53,9 miljoen euro bij. Publieke partijen als provincies, gemeenten en kennisinstellingen betalen 42,3 miljoen euro. In totaal gaat het om 186 miljoen euro aan investeringen.

Hoe presteert het OP EFRO?

De prestaties van het OP EFRO worden met een aantal indicatoren gemeten. De belangrijkste performance indicators, die aangeven of het programma op koers ligt, zijn het aantal deelnemende ondernemingen én het gerealiseerde bedrag aan investeringen.

Met het aantal deelnemende ondernemingen gaat het goed: de doelstelling voor de gehele programmaperiode is al voor twee derde bereikt. Streven is dat er aan het eind van de programmaperiode 574 bedrijven deelnemen of deelnamen aan projecten rond innovatie en/of CO2-reductie. De teller stond eind 2017 al op 378.

De gerealiseerde investeringen lopen wat achter. Eind 2017 was er voor 9,1 miljoen euro aan investeringen in innovaties gerealiseerd en voor 4,2 miljoen euro in CO2-reductie. Volgens de oorspronkelijke planning had dit meer dan het dubbele moeten zijn. Dit is een direct gevolg van het relatief laat op gang komen van het programma. De meeste projecten zijn pas recent gestart en dus nog in het beginstadium van uitvoering. De verwachting is dat die achterstand in de komende jaren wordt ingelopen.

Hoeveel kosten zijn gerealiseerd?

Het SNN moet elk jaar een bepaald bedrag bij de Europese Commissie declareren om het beschikbare bedrag uiteindelijk volledig te kunnen benutten. Eind 2017 moest er voor minimaal 15,2 miljoen aan kosten zijn gedeclareerd. Met 15,7 miljoen euro voldeed het SNN daaraan. De marge was relatief gering vanwege de trage start van het programma. De verwachting is dat de Europese norm de komende jaren steeds makkelijker wordt gehaald.

Waar staan we nu?

Innovatie
uitgelicht

Polyganics ontwikkelt een biologisch afbreekbare pleister om het herstel van patiënten na een hersenoperatie te bevorderen.

Lees meer

Polyganics ontwikkelt biologisch
afbreekbare pleister

Na een hersenoperatie moet het hersenvlies van de patiënt waterdicht worden afgesloten. Het Groningse bedrijf Polyganics ontwikkelt hier een pleister voor die vanzelf oplost. Jan Disbergen, Chief Operational Officer, verwacht dat de pleister uiterlijk in 2020 op de markt komt.

“Bij Polyganics ontwikkelen we materialen die in het lichaam afbreekbaar zijn. Zoals een buisje dat op de uiteinden van beschadigde zenuwen wordt gezet, waardoor deze weer aan elkaar kunnen groeien. Het buisje lost na het herstel op in het lichaam. Met de hersenpleister, de dura sealant patch, doen we hetzelfde: we optimaliseren het herstel na een operatie en verbeteren daardoor de kwaliteit van leven van een patiënt.

We hebben subsidie gekregen van het SNN en van de gemeente en provincie Groningen om het ontwikkelingsproces te versnellen en om de pleisters in de klinische testfase op mensen te testen. De ontwikkeling van medische producten duurt altijd lang: vaak wel vijf, zes jaar. Je moet dus jaren investeren voor je wat verdient. Daarom zijn subsidies heel belangrijk. Niet alleen vanuit financieel oogpunt, maar ook als ondersteuning voor wat wij aan het doen zijn. De gemeente, provincie en Europa laten daarmee zien dat ze vertrouwen in ons hebben.

We werken in dit project samen met het Groningse chemiebedrijf Syncom dat de lijm levert en het Brain Technology Institute in Utrecht dat alles weet van hersenen. Zo’n samenwerking is voor ons alle drie erg stimulerend. De activiteiten rondom de dura sealant patch zijn een belangrijke impuls voor de werkgelegenheid binnen Polyganics en ook een stimulans voor de technische bedrijven waarmee wij samenwerken.”

Jan Disbergen: ‘Samenwerken is voor alle drie bedrijven erg stimulerend’

Wat levert het op?

Effect op het
innovatieklimaat

Performance-indicatoren laten zien of het programma op koers ligt. Resultaatindicatoren meten of het innovatieklimaat zelf verbetert.

Lees meer

Effect op het innovatieklimaat

Performance indicatoren laten zien of het programma op koers ligt wat betreft deelnemende bedrijven en gerealiseerde investeringen. Dit zegt nog niet zoveel over de vraag of het innovatieklimaat verbetert. Om het effect van het OP EFRO op het innovatieklimaat te meten, worden vier resultaatindicatoren ingezet.

Twee resultaatindicatoren meten de samenwerking tussen ondernemingen en kennisinstellingen en de introductie van nieuwe producten, diensten en processen. Het SNN maakt hiervoor gebruik van cijfers van het CBS. Deze worden specifiek voor Noord-Nederland verzameld.

Daarnaast zijn er twee resultaatindicatoren die de prestaties op het gebied van human capital en CO2-reductie meten. Deze data verzamelt het SNN zelf, via een panel en de survey van de Noord-Nederlandse innovatiemonitor.

Grafiek Resultaatindicatoren

Wat levert het op?

Human capital
Indicator

Innovaties hebben te maken met nieuwe samenwerkingsinitiatieven, producten en diensten en een goede waardering van de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs.

Lees meer Bekijk de Human Capital Indicator

Prioriteit 1 Innovatie/human capital

Voor de resultaatindicatoren op het vlak van samenwerking en nieuwe producten en diensten heeft het CBS in 2017 de eerste data opgeleverd. Peiljaar was 2014. Uit de cijfers blijkt dat 20 procent van de innovatieve bedrijven in Noord-Nederland samenwerkt met andere ondernemingen of kennisinstellingen. Streven is dat dit in 2022 op 22 procent ligt. Voor Nederland als geheel is dit 29 procent. Verder blijkt dat een kwart van de innovatieve bedrijven in Noord-Nederland in het peiljaar nieuwe producten of diensten op de markt heeft gebracht. Het landelijk gemiddelde lag op 21 procent. Noord-Nederland zet voor 2022 in op 28 procent.

Uiteraard zijn er meer factoren die de groei stimuleren, maar voor het SNN is het van belang om te weten wat het OP hieraan bijdraagt. Daarom worden in de loop van de programmaperiode enkele professionele externe evaluaties uitgevoerd. De eerste is eind 2017 gestart en wordt uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). De uitkomsten worden medio 2018 verwacht.

Voor de resultaatindicator human capital heeft het SNN een expertpanel ingesteld. Het panel, bestaande uit vertegenwoordigers van werkgevers, onderwijs en overheid (Triple Helix), meet hoe de verschillende partijen de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs beoordelen. Eén van de doelstellingen van het OP EFRO is meer en structurele samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Uit de meting van 2017 blijkt dat overheid, onderwijs en bedrijfsleven gezamenlijk iets positiever zijn over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt dan het jaar ervoor. De waardering voor de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt specifiek in het kader van innovatie, wordt door de drie doelgroepen gezamenlijk als 'beperkt positief' beoordeeld. De gemiddelde score ligt iets hoger dan in 2016. Opvallend is dat de waardering bij werkgevers in 2017 het meest is gestegen. Of dit eenmalig of structureel is, zal de komende jaren blijken. 

Wat levert het op?

Koolstofarme
economie

Volgens de CO2-indicator heeft 66 procent van de bedrijven die in 1017 een innovatie hebben doorgevoerd, een milieu-innovatie gedaan.

Lees meer

Prioriteit 2 Koolstofarme economie

De indicator CO2-reductie meet de innovaties op het gebied van koolstofarme technologieën. Een van de doelen van het OP EFRO is dat een hoger aandeel van de totale innovaties bijdraagt aan CO2-reductie.

De CO2-indicator is onderdeel van de Noord-Nederlandse Innovatiemonitor: een enquête onder een representatief aantal innovatieve mkb-bedrijven in Noord-Nederland. Naast de CO2-indicator bevat de monitor ook indicatoren op het gebied van open innovatie, sociale innovatie en creativiteit en innovatie. Doel is om over een lange periode een gedetailleerd beeld te krijgen van de innovatieprestaties van het mkb.

Volgens de CO2-indicator voor 2017 heeft 66 procent van de bedrijven die een product-, proces- of organisatorische innovatie hebben doorgevoerd, ook een milieu-innovatie doorgevoerd. Dit is een innovatie die een positieve bijdrage levert aan het milieu. Een kleine stijging ten opzichte van 2016: 64 procent. De streefwaarde voor de CO2-indicator aan het eind van de programmaperiode is 72 procent.

Grafiek milieu-innovaties

Wat levert het op?

OP EFRO maakt
het Noorden sterker

OP EFRO maakt het Noorden sterker. In de periode 2007-2013 is de achterstand met de rest van Nederland kleiner geworden. Er is in totaal voor 1 miljard euro in de economie geïnvesteerd.

Lees meer

OP EFRO maakt het Noorden sterker

Het huidige programma loopt van 2014 tot 2020. 2017 was dus het derde jaar van het lopende programma, maar ook het jaar waarin het programma 2007-2013 definitief werd afgerekend. Uit het eindverslag blijkt dat de noordelijke economie een stuk sterker uit de crisis is gekomen. Ook is de achterstand ten opzichte van de rest van Nederland kleiner geworden. Het programma heeft het Noorden dus sterker gemaakt.

1 miljard totale investeringen
In de periode 2007-2013 is er in totaal voor 1 miljard euro in de economie geïnvesteerd. Het OP EFRO had daarbij een belangrijke aanjaagfunctie. Het OP EFRO leverde 165 miljoen euro, het Rijk en publieke instellingen droegen 436 miljoen bij en bedrijven zelf 104 miljoen. Daarmee werd in directe zin 705 miljoen euro geïnvesteerd. Daar kwam nog eens 300 miljoen euro bij aan vervolginvesteringen. In totaal dus 1 miljard.

Er zijn bijvoorbeeld grote stappen gezet in de transformatie van een maakeconomie naar een kenniseconomie. Ook zijn er resultaten behaald op de speerpunten energie, water, gezond ouder worden, agrifood en high tech systems. De ruimtelijke kwaliteiten van stad en platteland zijn versterkt. Ook zijn steeds meer mkb-bedrijven gaan participeren in projecten die vanuit het programma zijn gesubsidieerd.

OP EFRO maakt het Noorden sterker

Wat levert het op?

Innovatie
uitgelicht

Schimmelmodule Dacom leidt tot minder bestrijdingsmiddelen

Lees meer

Innovatie uitgelicht: Dacom

Dertig jaar geleden ontwikkelde Jan Hadders, de oprichter van Dacom, een schimmelmodule waarmee een boer precies kan berekenen wanneer hij zijn gewas met bestrijdingsmiddelen moet bespuiten. Inmiddels is de techniek veel verder. Zijn opvolger, Janneke Hadders, vond het tijd om de module te vernieuwen.

“Voor boeren en telers is het belangrijk om te weten wanneer het nodig is om bestrijdingsmiddelen te spuiten. De kans op schimmelgroei hangt samen met factoren als temperatuur, luchtvochtigheid en neerslag. Als je alleen spuit wanneer het nodig is, kun je met minder bestrijdingsmiddelen toe. Dat is beter voor het milieu en bespaart ook kosten.

Dankzij satellieten, nieuwe software en sensoren hebben we nu veel meer informatie dan dertig jaar geleden. Ook kunnen we algoritmes ontwikkelen waardoor de boer niet meer handmatig gegevens hoeft in te voeren. We zijn met vier Noord-Nederlandse projectpartners druk bezig om de module te vernieuwen. De subsidie die via SNN hebben gekregen, is voor ons een stimulans om een gezamenlijk project op te zetten. Het helpt ons om er prioriteit aan te geven en innovaties door te voeren.

Je maakt van tevoren een projectplan, maar in de praktijk lopen innovaties toch vaak anders dan je denkt. Dat is wel eens lastig bij de verantwoording. Natuurlijk moet een subsidie verantwoord worden, maar een innovatietraject moet ook ruimte bieden om een andere route te kiezen. Gelukkig heeft SNN daar begrip voor. Het eindresultaat moet in januari 2019 klaar zijn. Het project leidt indirect tot werkgelegenheid en economische groei, maar hoeveel precies is altijd moeilijk in te schatten.”

Janneke Hadders: ‘Innovaties lopen altijd anders dan je denkt’

Wat kan er beter?

Samen voor een
open innovatieklimaat

Het SNN heeft in 2017 maatregelen genomen om de stijgende lijn in de aanvragen en toekenningen voort te zetten. Met betere communicatie, ondersteuning en instrumenten.

Lees meer

Samen voor een open innovatieklimaat

De aanvragen voor het lopende programma, OP EFRO 2014-2020, zijn in 2017 gaan versnellen. Om de vaart erin te houden, heeft het SNN maatregelen genomen om de beoordelingscriteria, de instrumenten en de aanvraagondersteuning te verbeteren. Ook zijn er inspanningen geleverd om de interactie met de deskundigencommissie en de communicatie over het programma te verbeteren.

Een nieuwe instrument dat in de loop van 2017 is ingezet, is de Open Innovatie Call. Dit instrument heeft als doel het innovatieklimaat zelf te versterken. De call biedt consortia van bedrijven, instellingen en mogelijk ook de eindgebruikers de kans om voorstellen in te dienen voor relatief grootschalige en dus kostbare projecten. Kenmerkend voor de call is dat er bij de beoordeling van aanvragen vooral wordt gekeken of de aanvraag aansluit bij de doelen van het OP. De activiteiten die worden ondernomen om het doel te bereiken, mogen door elk consortium zelf worden bedacht.

Het SNN verwacht dat de verbetering en vernieuwing van de werkwijze de komende jaren goede resultaten oplevert. Het belang ervan is groot. Het OP EFRO heeft immers laten zien dat de subsidies een grote stimulans zijn om gezamenlijk te investeren in een open innovatieklimaat.

‘Samen voor een open innovatieklimaat in Noord-Nederland’